De Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVB) heeft VCA-MAX voor het MKB erkend als een waardevolle aanvulling op bestaande bewijsmiddelen voor het niveau van de veiligheidscultuur in een organisatie. Daarmee zetten de betrokken partijen samen een belangrijke stap in het verder versterken van de veiligheidscultuur in de gehele bouw- en infrasector.
Deze stap sluit aan bij de ambitie om veiligheid structureel te verankeren in de sector. Sinds de introductie van Veiligheid in Aanbestedingen (ViA) is veiligheidscultuur een vast onderdeel van aanbestedingen. Organisaties worden daarmee gestimuleerd om aantoonbaar te werken aan veilig gedrag.
Vanaf 1 juli 2026 wordt van organisaties verwacht dat zij minimaal voldoen aan veiligheidscultuur niveau 3. Dit niveau richt zich op de overgang naar een proactieve veiligheidscultuur, waarin veiligheid niet alleen is vastgelegd in regels, maar vooral zichtbaar is in houding, gedrag en onderlinge samenwerking.
VCA-MAX legt extra nadruk op gedrag en veiligheidscultuur. Daarmee biedt het organisaties een aanvulling op het al langer bestaande VCA-stelsel en een manier om zich aantoonbaar verder te ontwikkelen. Door VCA-MAX als aanvullend bewijsmiddel toe te staan voor het MKB, speelt de GCVB in op een behoefte in de sector aan meerdere instrumenten die bijdragen aan hetzelfde doel: een sterkere veiligheidscultuur.
De erkenning van VCA-MAX is tot stand gekomen op basis van een onderzoek door TNO en de Universiteit Antwerpen en na overleg met brancheorganisaties en andere betrokken partijen.
Het doel van het onderzoek was om de overeenkomsten en verschillen inzichtelijk te maken tussen het al erkende bewijsmiddel Safety Culture Ladder (SCL) en VCA-MAX. Voor de GCVB is het van belang dat er in voldoende mate sprake is van gelijkwaardigheid van bewijsmiddelen.
Bij het gebruik van VCA-MAX als bewijsmiddel gelden nu nog enkele voorwaarden, passend bij de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek. Zo geldt de erkenning alleen voor MKB-bedrijven met een omvang tot 250 medewerkers. Reden hiervoor is dat er weliswaar veel overlap is tussen beide bewijsmiddelen, maar dat er ook nog verschillen zijn. SCL leidt tot een bredere cultuurbeoordeling, waarin meer ruimte is voor de feitelijke werking van veiligheid in de praktijk.
Voor het voldoen aan deze bredere cultuurbeoordeling kan voor sommige organisaties een grotere inspanning nodig zijn. Van grote organisaties mag dit volgens de GCVB worden verwacht. Veel kleine en middelgrote organisaties zijn hier ook al mee bekend, maar voor het MKB dat hier nog niet mee werkt biedt VCA-MAX al een grote stap in die richting.
Voor werken aan het spoor blijft, mede vanwege de specifieke erkenningsregeling, alleen SCL gelden als bewijsmiddel.
De GCVB zet zich er samen met brancheorganisaties en de beheerders van SCL en VCA voor in om de veiligheidscultuur in de sector verder te verbeteren en de overlap tussen beide bewijsmiddelen te vergroten.
De praktische invulling van dit besluit wordt verwerkt in de Handreiking ViA. Deze wordt op dit moment geactualiseerd.
Meer informatie over eisen ViA en SCL
Meer berichten over ViA
Volg ons op LinkedIn en X of doe mee in onze LinkedIN groep.